Betty Schouwenaar was 9 jaar mantelzorger voor haar dementerende man

Betty Schouwenaar (81) staat optimistisch in het leven. De afgelopen 9 jaar was ze mantelzorger voor haar inmiddels overleden man Laurens, die aan dementie leed.

Ze kijkt niet verbitterd maar eerder dankbaar terug. ‘Wanneer de ziekte toeslaat is er desondanks niets mooier dan dat je partner thuis kan blijven.’ Betty beseft heel goed dat dit niet voor iedereen weggelegd is. ‘Voel je ook vooral niet schuldig wanneer je voor de keuze staat dat het beter is dat je je partner naar een verpleegtehuis laat gaan. Soms kan het niet anders. Ik heb het vaak in mijn omgeving gezien, dat mensen zich volledig wegcijferden en er zelf aan onderdoor gingen.’ Betty’s man werkte al vanaf begin jaren ’70 als hoofd civiele dienst bij de Christelijke Agrarische Hogeschool, nu Aeres. Haar drie kinderen wonen inmiddels niet in de regio, een zelfs in Griekenland.

Karakter
‘Mantelzorg kan zo divers zijn. Afhankelijk van je eigen karakter, dat van je partner, en de aard van de ziekte. Gelukkig was mijn man vrij gemakkelijk, hij bleef lief van karakter. We hebben vooral in het begin nog veel dingen samen kunnen blijven doen. Samen er op uit, samen fietsen. Hij vroeg wel eens waarom doe je dit voor mij? Dan antwoordde ik terug: je had toch hetzelfde ook voor mij gedaan?’ ‘Het is vooral belangrijk om er in het begin veel over te praten. We konden nog samen onze plannen maken, afspraken maken. Het kan zomaar te laat zijn. We zijn zo lang mogelijk doorgegaan met hetzelfde leven. Het zijn zeker geen verloren jaren geweest. Ook toen het veel minder ging, gingen we gewoon met z’n tweeën op visite. Hij hoorde er altijd bij. Wat dat betreft hebben we fijne steun in onze omgeving gehad.’